crimeking.punt.nl

Moammar Mohammed al-Qadhafi (Sirte 7 juni 1942 - aldaar, 20 oktober 2011 was 42 jaar lang de leider van Libië, van 1 september 1969 tot 20 oktober 2011. Hij bezat geen publiek ambt of titel. Zijn gezag werd het laatste halfjaar van zijn leven door het grootste deel van de wereld niet meer erkend.

Op 20 oktober 2011 maakte een woordvoerder van de Nationale Overgangsraad bekend dat Qadhafi gevangen zou zijn genomen bij de inname van Sirte.Later op die dag meldde Abdul Hakim Belhaj, een bevelhebber van de rebellen, dat Qadhafi aan zijn verwondingen zou zijn overleden.Tot op heden is geen van beide berichten door onafhankelijke waarnemers bevestigd. Uiteindelijk lijkt Qadhafi gewond te zijn geraakt in zijn schuilplaats tijdens een gevecht tussen zijn voor- en tegenstanders. Gewond vluchtte hij naar een oppervlakkig rioleringsbuizenstelsel, waar hij een kogel door zijn hoofd kreeg. In het late NOS Journaal werd een overtuigende foto van het lijk van de ex-dictator getoond.

Qadhafi werd in Libië meestal door zijn voorstanders als 'Broeder Leider' aangesproken. Buiten Libië werd hij meestal 'kolonel Qadhafi' genoemd.
Hieronder een tijdlijn van het Quadaffi Regime.
 
Jeugd:


Moammar Quadaffi wordt op 7 juni  1942 in Sirte geboren hij stamt uit een bedoïnenfamilie.
Zijn famillie was erg arm maar hij was de enige van het gezin die naar school mocht, hij bezocht de Koranschool in Fezzan van1956 tot 1961. Ook studeerde hij een tijdje aan de luchtmachtacademie van Benghazi.
 
Staatsgreep:

Na het behalen van zijn diploma aan de luchtmachtacademie en het voltooien van zijn training in Groot-Brittanie keert Quaddafi in 1966 terug naar Libië, waar hij zich aansluit bij de vrije officieren voor eenheid en socialisme.
Op 1 september 1969 plegen de vrije officiereneen staatsgreep tegen koning Idris de 1e, de coup is succesvol en Quadaffi wordt 7 dagen later op 8 september 1969 benoemd tot hoofd van de commandoraad.

Terroristische aanslag 1: Bloedbad in München tijdens de olympische spelen van 1972


Quadaffi blijkt een medogeloze terrorist te zijn in 1972 3 jaar na de staatsgreep wordt Quadaffi in verband gebracht met de terroristische groepering "Zwarte September"die verantwoordelijk is voor het bloedbad in München tijdens de olympische spelen van 1972 waarbij de Israelische sportploeg het grootste slachtoffer is 11 leden van de ploeg en een duitse politieman vonden tijdens het gijzelingsdrama de dood.
Quadaffi steunde ook de terroristische beweging PLO van Yasser Arafat.
 
Terroristische aanslag 2: De Lockerbie ramp:
 
De Lockerbie-aanslag was de terroristische aanslag op vlucht 103 van de Amerikaanse
luchtvaartmaatschappij Pan Am op 21 december 1988 boven het Schotse plaatsje Lockerbie. Deze gebeurtenis en de nageschiedenis ervan staan ook bekend als de Lockerbie-affaire.
Alle inzittenden 259 mensen van de vlucht komen om ook 11 mensen op de grond komen om het leven omdat het toestel in een woonwijk neerstort.
In eerste instantie wil Libië de dader van de aanslag Abdoel Basset El Meghrai niet uitleveren aan schotland, Jaren later in 2007 gebeurt dit toch en Meghrai krijgt levenslang natuurlijk gaat hij tengen deze uitspraak in beroep in 2011 werd hij zelfs in Tripoli gesignaleerd tijdens een pro quadaffi demonstratie.
Na deze aanslag zouden nog 2 soortgelijke aanslagen volgen in 2010 1 op het vliegveld Gatwick in Londen maar deze werd verijdeld en afgedaan als een ongeluk de andere aanslag vond plaats op Libisch grondgebied en werd al na 5 minuten als een vliegrmamp bestempeld.
 
Verijdelde aanslag met toestel 771 Al Afriqiya Airways 28 April 2010:

op 28 April 2010 vliegt Al Afriqiya Airways toestel 771 vanuit Libië naar Londen tijdens de landing gaat het 1 en ander fout, er hangt laaghangende bewolking op de landingsbaan en de verkeerstoren meld dat het vliegtuig een go around actie moet uitvoeren dat betekend dat er een korte landing plaats vind het vliegtuig daarna weer opstijgt een rondje vliegt, het gaat net goed in plaats van dat het vliegtuig opstijgt trekt de piloot zijn stuurknuppel naar beneden waardoor het vliegtuig niet stijgt maar daalt, maar door vliegensvlug optreden van de co-piloot kan het vliegtuig alsnog een geslaagde go around actie maken. Dit voorval werdt na afloop niet aan de Flight security officer van Al Afriqiya gemeld.

Vliegramp/aanslag met Al Afriqiya Airways toestel 771 12 Mei 2010:
 
Op woensdag 12 mei 2010 om ongeveer 6:00 's ochtends stort op Tripoli Airport Al Afriqiya Airways neer tijdens de landing gebeurt er ook een go around actie maar deze keer gaat het fout hier onder het verhaal van de Flight security officer Naser Amer van Al-Afriqiya Airways.
 

 

“Het was een bewolkte dag met veel laaghangende wolken,” herinnert Naser Amer zich de dag van het noodlottige ongeluk. “Het toestel moest van de verkeerstoren landen op landingsbaan 0/9. Dat is geen goede landingsbaan vergeleken met landingsbaan 2/7, waar je met de automatische piloot kunt landen. Landingsbaan 0/9 heeft slechts de mogelijkheid tot een non-precieze landing met het inferieure VOR-systeem.”
Waarom de verkeerstoren de piloot van vlucht 771 niet toestond om te landen op de veiligere landingsbaan 2/7, is volgens Amer onderdeel van wat hij noemt ‘de Libische mentaliteit’. “Je kunt als piloot niet met de toren in discussie gaan,” zegt hij. “Ze geven je een opdracht en daar moet je je aan houden. De toren gebruikt liever landingsbaan 0/9 omdat het makkelijker is voor hen. Dan hoeven ze namelijk niet tegen de zon in te kijken.”
Wat zou er gebeurd zijn als vlucht 771 naar landingsbaan 2/7 was gestuurd? “Dan was er geen ramp geweest,” zegt Amer beslist. “Dan was het vliegtuig veilig geland.”
Toen de landing dan maar werd ingezet op de primitievere baan 0/9, bleek dat het toestel niet kon landen vanwege de laaghangende bewolking. Hierop besloot de piloot tot een zogenaamde ‘go-around’. Dit betekent dat de landing voortijdig wordt afgebroken en het vliegtuig weer omhoog klimt, een rondje vliegt en een nieuwe landing inzet. Maar in plaats van het toestel op te trekken, trok de piloot het toestel naar beneden, waardoor het de grond raakte en verongelukte.

Naser Amers verhaal wordt op hoofdpunten bevestigd door een tweede piloot in Libië, die echter anoniem wenst te blijven, maar wiens naam en gegevens bekend zijn bij de auteur. Deze piloot, eveneens een Libiër, stond met zijn toestel bij de startbaan op toestemming te wachten voor vertrek richting een olieveld in centraal-Libië toen vlucht 771 neerstortte. “Ik zag een rookwolk en heb toen direct contact opgenomen met de verkeerstoren,” herinnert hij zich het moment van het ongeluk op 12 mei 2010. “Ik geloof niet dat de toren toen al doorhad dat er een ongeluk was gebeurd. Ik wist het ook niet precies, want het was één grote rookwolk. Maar ik vreesde in die eerste seconden al het ergste.”
Volgens deze piloot, die in mindere mate betrokken is geweest bij het onderzoek naar de ramp dan Naser Amer, is de keuze voor de verkeerde landingsbaan cruciaal geweest. “De verkeerstoren heeft een grote fout gemaakt door het vliegtuig te laten landen op landingsbaan 0/9, en niet op 2/7,” zegt hij. “Ik heb geen idee waarom ze daarin altijd zo volhardend zijn.”
“Het weer heeft slechts een kleine rol gespeeld tijdens de ramp,” meent de anonieme piloot. “Zo is het toestel dat enkele minuten vóór de rampvlucht zat gewoon geland op de luchthaven van Tripoli. Zij hebben geen go-around gemaakt. Zij zagen een gaatje in het wolkendek en zijn gewoon veilig geland. Daarna kwam vlucht 771 en die maakten eveneens een go-around – maar die is misgegaan.”

Terug naar piloot Naser Amer. Tot nu toe neemt iedereen aan dat de piloot van het toestel de ervaren gezagvoerder Yusuf El-Saadi was. Dit is volgens Naser Amer echter niet waar. “Het was eerste officier Tariq [Mousa, red.] die achter de knuppels zat op het moment van de crash.” Waarom niet de gezagvoerder die veel meer ervaring had? “Dat weten we niet,” aldus Amer.
Volgens Amer heeft gezagvoerder El-Saadi, gebaseerd op gegevens van de voice recorder, een uur na vertrek uit Johannesburg de knuppels overgedragen aan eerste officier Tariq. Vervolgens heeft gezagvoerder El-Saadi de cockpit verlaten en heeft hij enkele uren geslapen. Dat is een vrij normale procedure, want met een slapende gezagvoerder buiten de cockpit blijven er nog altijd twee co-piloten over: eerste officier Tariq Mousa en tweede officier Nazem El-Mabruk.
Volgens de voice recorder is gezagvoerder El-Saadi zestig minuten vóór de landing weer teruggekeerd in de cockpit, maar de stuurknuppel bleef echter tot aan het laatste moment in handen van eerste officier Tariq Mousa.
“In plaats van de go-around te maken en weer omhoog te gaan, is het vliegtuig omlaag gedoken en neergestort,” zegt Amer. “Of dat lag aan een fout van de eerste officier of misschien aan een fout van het vliegtuig zelf, weten we nog niet. Want zelfs de Fransen – die onderzoek doen naar het vliegtuig – zijn nog niet klaar met hun onderzoek.”

Toen het vliegtuig vlak voor de crash omlaag in plaats van omhoog vloog, had gezagvoerder El-Saadi, die naast eerste officier Mousa zat, nog snel kunnen ingrijpen en de knuppel kunnen overnemen. Maar op een of andere manier deed de gezagvoerder niets. Volgens Amer is via de zwarte doos de stem van de tweede officier te horen, die in paniek de halve zin roept: “Wat is er mis met de k...”
Verdere analyse van de zwarte doos en van deze specifieke zin heeft bij de onderzoekers geleid tot de overtuiging dat de tweede officier wilde zeggen: “Wat er mis is met de captain [gezagvoerder, red.]?”
“Het zou zo kunnen zijn dat gezagvoerder El-Saadi zo geschokt was door de stuurfout dat hij niet meer kon ingrijpen,” gist Amer. “Het zou ook zo kunnen zijn dat er iets mis was met de gezagvoerder. Dat hij een hartaanval had of niet bij bewustzijn was. Maar zeker weten doen we dat niet.”
Amer kent de omgekomen bemanning persoonlijk. “Kapitein El-Saadi was een goede vriend van me. We hebben nog samen gestudeerd in Oxford.”

Ronduit schokkend is het echter dat de vliegramp in z’n geheel voorkomen had kunnen worden als Afriqiyah twee weken eerder haar eigen regels beter had nageleefd. Op 28 april 2010 vindt er namelijk een Afriqiyah Airways-vlucht plaats van Londen naar Tripoli. Het gaat hier om exact hetzelfde toestel dat veertien dagen later neerstort. Ook gezagvoerder El-Saadi en co-piloot Mousa zijn aanwezig. Net als tijdens de rampvlucht van 12 mei is er op 28 april sprake van laaghangende bewolking in Tripoli.
“Ook tijdens deze vlucht was eerste officier Tariq de piloot,” vertelt Amer. “Gezagvoerder El-Saadi zat naast hem.” Vanwege de bewolking wilde de piloot een go-around maken, wat een standaard handeling is voor piloten. Maar in plaats van op te trekken, ging de neus van het toestel juist naar beneden. “Vlak voordat het toestel de grond raakte, kon gezagvoerder El-Saadi gelukkig ingrijpen en eerste officier Tariq net op tijd corrigeren,” beweert Amer. “Ik zeg altijd dat de crash niet met het toestel uit Johannesburg had moeten gebeuren, maar twee weken eerder, met het toestel uit Londen.”
Probleem voor flight safety officer Amer was echter dat kapitein El-Saadi en eerste piloot Tariq Mousa het zeer serieuze incident gedurende de Londen-vlucht verzwegen.
“Natuurlijk hadden ze dit incident aan me moeten rapporteren, maar dat hebben ze niet gedaan,” zegt Amer. “Hierdoor was ik niet op de hoogte van dit bijna-ongeluk. Als ik dat had geweten, had ik hen geschorst en een onderzoek laten uitvoeren. Dan had de ramp twee weken later met de Johannesburg-vlucht nooit plaatsgevonden.”

Omdat Afriqiya nog een tweede controlesysteem heeft, zou het niet-rapporteren van de bijna-crash tijdens de Londen-vlucht op een andere manier worden ontdekt. “Wij checken na afloop alle data van onze vluchten middels een systeem genaamd Airface,” zegt Amer. “Hierdoor zou ik er als flight safety officer alsnog achter zijn gekomen dat zich bijna een ongeluk had voorgedaan tijdens de Londen-Tripoli-vlucht op 28 april. Maar de firma die ons deze data levert, is slordig en traag. Officieel horen ze drie dagen na elke vlucht de data van die vlucht aan ons te geven. Maar er was een probleem om de data van het vliegveld naar ons kantoor te krijgen. Die lui zijn niet goed georganiseerd. De data van de Londen-Tripoli-vlucht bereikte ons kantoor pas dertien dagen later, aan het eind van de middag. De data is op 11 mei in onze computers geladen, maar wij hadden ons kantoor toen al verlaten. De volgende dag zouden we de Londen-Tripoli-vlucht analyseren, maar voordat we daar aan toe kwamen, vond de vliegramp plaats met de vlucht uit Johannesburg.”

De reden dat Naser Amer nu het zwijgen over de ware toedracht van de ramp verbreekt, is omdat hij graag wil dat Nederland de waarheid kent. “Ik kan nu vrij spreken omdat ik niet meer in het Kadhafi-gebied zit,” vertelt hij. “Kadhafi regeerde Libië niet als een land, maar als z’n eigen boerderij. Er was corruptie, mensen waren ongeorganiseerd en namen niet hun verantwoordelijkheid. Uiteindelijk gaat het dan mis en kost dat veel mensenlevens.”
De anonieme piloot vertelt: “Er zijn veel fouten gemaakt. De toren heeft het vliegtuig op de verkeerde baan laten landen en de go-around is op onverklaarbare wijze misgegaan. Hier hebben mensen steken laten vallen.”
Naser Amer zegt dat hij spijt heeft van wat er gebeurd is. “Vreselijk, al die mensen die zijn omgekomen – de meesten van hen waren Nederlanders,” zegt hij. “Hierbij condoleer ik dan ook alle nabestaanden. Het is een tragedie voor de Libiërs, voor de Zuid-Afrikanen en met name voor het Nederlandse volk.”




Twijfels:

ik twijfel niet zozeer aan het verhaal van Naser Amer maar wel aan het verhaal van de piloot.
waarom ging de Go around actie mis had de piloot een hartaanval? of  was het gepland omdat het 2 weken eerder niet gelukt was en dus een aanslag?? waarom praat Amer pas een jaar na de feiten en niet direct na de ramp toen werd na 5 minuten al gezegd dat het een ongeluk was? Als ik Amers verhaal toen al wist dan had ik wel beter geweten Quadaffi was er gek genoeg voor om het op een ongeluk te laten lijken en zo een wit voetje bij europa en de rest van de wereld te halen want de sole survivor van de ramp is in het ziekenhuis in Tripoli goed opgevangen zeker na het schofterige telefoongesprek van de overlevende met een journalist van de Telegraaf. Daarna mocht er bij mijn weten geen pers meer in de kamer van de jongen er waren wel libische journalisten in het ziekenhuis maar die heeft Saif Al Islam de zoon van Quadaffi hardhandig buiten laten zetten.

 

 

Libische Burgeroorlog
Het blijft gissen maar feit is wel dat ik vanaf 12 Mei tot Gisteren(20 oktober 2011) veel slaploze nachten heb gehad en dat ik vanaf de dag van de ramp een persoonlijke vendetta heb gehad met hem ik had niks met de ramp/aanslag te maken maar het heeft me diep geraakt vooral na de donderspeech van Ghadaffi werd het bij mij rood in de ogen.
Zo erg dat ik me tijdens de protesten heb gemeld bij de Libiyan Youthmovement een verzetsbeweging op twitter zo heb ik toch mijn bijdrage kunnen leveren aan het gevecht om een vrij Libië.
van 17 februari tot 20 oktober 2011 hebben we gevochten en nu ben jij aan de beurt Khadaffi nu zal jij boeten voor alles wat je hebt aangericht



 




 
Lees meer...
Désiré Delano (Desi) Bouterse, Domburg (Suriname) 13 Oktober 1945, is op dit moment de negende president van Suriname hij is democratisch gekozen maar dat is niet altijd zo geweest.

De sergantencoup:

op 25 februari 1980 pleegde Desi Bouterse samen met Roy Horb en 14 andere serganten de sergantencoup.
De regering van premier Henck Arron werd afgezet op verdenking van corruptie. De adviseurs van Arron en Henck Arron zelf werden gevangen gezet en op 15 Maart werd Henk Chin A. Shen president van suriname.
 
De groep van 16:

De groep serganten die aan de coup mee deden bestond uit de volgende personen:
Desi Bouterse, Roy Horb,Paul Bhagwandas, Benny Brondenstein, Roy Esajas Steven Dendoe, Ernst Gefferie, Arthy Gorré, John Hardjoprajitno,Wilfred Hawker (Hawk) Ewoud Leeflang, Guno Madahew, John Nelom, Roy Tolud, Ruben Rozendaal en Marcel Zeeuw.
De meeste mensen uit de groep van 16 moeten nog terecht staan in verband met de decembermoorden in 1982.
Een aantal mensen is overleden waaronder Roy Horb hij heeft zich in zijn cel opgehangen

Roy Horb                                                                Desi Bouterse

 


8 December 1982 de decembermoorden:

Op 8 december 1982 werden 15 politieke tegenstanders van het militaire regime in suriname vermoord, Ik denk zelf dat alle moorden in opdracht van Bouterse zijn gepleegd, maar daar zijn de meningen over verdeeld, hier onder een lijst van de slachtoffers.

John Khemraadi Baboeram:
Was advocaat en werd op 8 December naar Fort Zeelandia gebracht en vermoord
Na de sectie op zijn lichaam bleek hij zwaar mishandeld te zijn voor zijn dood.
Hij had een gebroken bovenkaak en zijn tanden waren allemaal naar binnen geslagen, hij had diepe wonden in het gezicht een kogelwond bij zijn neus daarnaast had hij talloze inwendige bloedingen.
John Baboeram werd op 13 december 1982 begraven op Sarwa Oedai in Paramaribo.

Bram Behr en Lesley Rahman:
Waren 2 Journalisten Behr werd gearresteerd vanwege het schrijven van een boek over de wandaden die door de groep van 16 gepleegd zouden zijn, ook was hij leider van de oppositie en dus tegen het regime van Bouterse. Rahman werd gearresteerd vanwege het schrijven van een protestbrief.
Beide journalisten werden op 8 december in fort Zeelandia vermoord.
Paul Bhagwandas bekende later aan de Broer van Bram Behr dat hij bij de decembermoorden betrokkken was, het gesprek tussen de 2 werd opgenomen op een bandje, dat later zoek raakte en tot op de dag van vandaag nog steeds niet gevonden is.

Cyrill Richard Duncan Daal:
Was vakbondsleider en secretaris van de surinaamse moederbond.
Cyrill Daal werd op 8 December naar Fort Zeelandia gebracht omdat hij Bouterse tegenover een collega van hem (Maurice Bishop) belachelijk had gemaakt, Bouterse Zwoer wraak en zou het Daal wel betaald zetten.
Die middag op 8 december werd Daal naar de Kamer van Bouterse gebracht waar hij voor hem door de knieën moest, hij smeekte voor zijn leven. Bouterse vond dit niet mannelijk en castreerde Daal en daarna schoot hij hem dood. Volgens getuigen is hij ook mishandeld in zijn gezicht.
Eddy daal de broer van Cyrill is altijd aanwezig bij de processen van de decembermoorden hij zal Bouterse nooit vergeven voor wat hij gedaan heeft.

Kenneth Concalves:
Was Advocaat en een vriend van Gerard Spong, hij werd in de nacht van 7 op 8 december naar Fort Zeelandia gebracht en vermoord,omdat hij in een openbare krant pleitte voor het herstel van de democratische rechtstaat. hij werd eerst zwaar toegetakeld en zij neus werd gebroken, daarna is hij dood geschoten.

Eddy Hoost,Jiwansingh Sheombar en Surendre Rambocus:
Hoost was Advocaat Sheombar en Rambocus waren 2 serganten Samen werden ze verdacht van het beramen van een staatsgreep. Rambocus werd op 3 december veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf maar 5 dagen later werden ze op de kamer van Bouterse doodgeschoten door hem persoonlijk. Rambocus zou 1 van de bewakers om een uzi gevraagd hebben dan zouden hij en Bouterse het wel samen uitvechten oog om oog tand om tand maar op dit verzoek is niet ingegaan.

André Kamperveen, Jozef Slagveer en Gerard Leckie
Kamperveen was in 1982 politicus hij trad af omdat hij het niet eens was met de gang van zaken binnen het regime Bouterse, hij wilde samen met Jozef Slagveer Gerard Leckie en Cyrill Daal een tegenstragie bedenken om Bouterse buitenspel te zetten daarom werden zij op 8 december op Fort Zeelandia geliquideerd.
Andre Kamperveen was in het bezit van 2 honden en een radiostation genaamd ABC, na zijn arrestatie werden de honden vermoord en zijn radiostation opgeblazen.


Harry Sugrim Oemrawsingh:
was Universitair docent en werd vermoord omdat Bouterse zich door de Universiteit bedreigd voelde OemRawsing kwma in het verzet en negeerde waarschuwingen van zijn vrienden om te vluchten. Zelfs na de moord op zijn broer is hij door blijven werken en dat heeft hem zijn kop gekost omdat hij wou vechten voor een goede zaak. Zijn Neef is namens de familie aanwezig bij de Processen rod de Decembermoorden.

Harold Cornelis Riedewald:
was advocaat,

In de vroege ochtend van 8 december werd Riedewald door militairen van zijn bed gelicht en naar Fort Zeelandia overgebracht. Hier werd hij in de loop van de dag geëxecuteerd. In het mortuarium werd later geconstateerd dat Riedewald door zijn rechterslaap was geschoten en zware verwondingen aan de linkerzijde van zijn hals had. Hij werd op 13 december begraven op protestantse begraafplaats Mariusrust in Paramaribo.

De lezing van de machthebbers van destijds was dat Riedewald, met Baboeram en Hoost de gevangenen Rambocus en Sheombar wilden bevrijden om samen een nieuwe coup te plegen rond kerst.


Robby Sohansingh:

Sohansingh, die bedrijfskunde had gestudeerd, had als zakenman een positie in het familiebedrijf. Na de staatsgreep onder leiding van Desi Bouterse in 1980, stond Sohansingh zeer kritisch tegenover het militaire bewind. Hij werd beschuldigd van betrokkenheid bij de tegencoup van Surendre Rambocus op 11 maart 1982: hij zou deze coup mede gefinancierd hebben. Sohansingh bracht zeven maanden in de gevangenis door, waar hij mishandeld zou zijn. In afwachting van zijn proces werd hij vrijgelaten, maar op 8 december 1982 werd hij door de militaire politie opnieuw gearresteerd, en overgebracht naar Fort Zeelandia. Hier werd hij samen met veertien anderen door soldaten vermoord. Ooggetuigen verklaarden later dat zijn lichaam sporen van ernstige mishandeling vertoonde, en schotwonden aan de voorzijde van het lichaam.

Frank Wijngaarde:

In 1982 was hijjournalist bij het Surinaamseradiostation ABC en was door zijn reportages een bedreiging geworden voor het militaire bewind. In de vroege ochtend van 8 december 1982 werden zestien tegenstanders van het militaire regime in Suriname gevangengenomen en daarop mishandeld. Vijftien hiervan werden vermoord door militairen op het terrein van Fort Zeelandia. Wijngaarde was de enige met een Nederlandse nationaliteit die werd vermoord.Freddy Derby was de enige overlevende van de groep.

Toen de militaire autoriteiten enkele dagen later het lichaam vrijgaven constateerden waarnemers bij hem een kaakfractuur, naar binnen geslagen tanden en kogel- en schotwonden in zijn gezicht. Zijn vader Edgar Wijngaarde, ex-minister van Financiën van Suriname, kreeg twee uur de tijd om een begrafenis te regelen. Na deze spoedbegrafenis vluchtte hij meteen naar Nederland waar hij op 70-jarige leeftijd zonder enige financiële middelen aankwam.

In december 1992 werd een herdenking georganiseerd in Suriname. Ruim twintig nabestaanden, waaronder vader Edgar Wijngaarde, reisden af naar Suriname. Vader Wijngaarde liet optekenen door het NRC "Als alles ordelijk verloopt, kan dit een deel van het trauma wegnemen"

In 1996 herinnerde de Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo de Surinaamse regering eraan dat er ook een Nederlander was vermoord tijdens de Decembermoorden en drong namens de familie aan op een onderzoek. Het duurde uiteindelijk tot 30 november 2007 totdat het proces tegen de verdachten van de Decembermoorden begon.



Lees meer...   (1 reactie)
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl